Blondines en biljartballen
Hilversum, juni
Vijf stellingen over vrouwen en mannen op televisie, zijn ze juist of
onjuist?
1. Ongeveer de helft van
de Nederlandse bevolking is vrouw. In het nieuws is die verhouding goed
terug te zien.
Juist niet! Van alle mensen die op de Nederlandse televisie te zien
zijn is al jaren zo’n 30 à 35 procent vrouw en 65 à 70
procent man.
Zou
dat soms iets te maken hebben met de mensen die het nieuws maken? Als
alle interne functies worden opgeteld (verslaggevers, voice overs
en
correspondenten) is de verhouding 71 procent man en 29 procent vrouw.
2. Er zijn wel meer
vrouwelijke presentatoren op televisie dan mannelijke.
Ja, dat klopt: 54 procent van de presentatoren is vrouw en dus 46
procent man.
|
3. Bijna alle vrouwelijke presentatrices hebben blond haar.
Nee hoor, het merendeel van de vrouwen is bruin/donker. Grijs haar is
bij vrouwen op tv zeldzaam. Bij de mannen is zo’n zeven procent grijs
en ook nog eens zo’n zeven procent kalend.
4. Vrouwen zijn
natuurlijk vooral ’s avond in beeld.
Niet dus. Mannen domineren in prime time, wanneer de serieuzere
programma’s worden uitgezonden. De helft van de mannelijke
presentatoren is te zien na acht uur ’s avonds, terwijl slechts een
kwart
van alle vrouwen in dat tijdvak actief is.
5. In het Midden-Oosten
en Azië zijn veel meer vrouwelijke presentatoren te zien op
televisie dan hier in Nederland.
Ja, in deze landen zijn juist relatief veel vrouwen te zien in de
presentatie, maar ze zijn vooral jong en mogen vaak enkel in de rol van
gastvrouw, à la Rai Uno. |